Avant-garde kent zijn gelijke niet

The True Artist
In het essay ‘ Rechts-Nationalisme: Het laatste grote kunstwerk’ poogt Pepijn Demortier kunst terug betekenisvol te maken. Zijn liefde voor kunst moet groot zijn om er kostbare tijd aan te besteden. Nochtans studeerde hij filosofie, geen kunstgeschiedenis. Hij beseft dat kunst alles met de menselijke conditie te maken heeft.
Hij begint deze denkoefening met de opmerking dat het geen satire is, waarmee hij gelijk een rechts standpunt aangeeft: kunst is niet meer ernstig. Eerder een kwalijk, nihilistisch speeltje van een linkse gevestigde orde.
Er tegenin gaan kan enkel door zich op hetzelfde terrein te begeven. ‘Als parodie, maar eveneens als volmaakte concretisering van de interne logica van de zogenoemde linkse avant-garde’. Dat slaat vooral op de progressieve voorkeur om minderheden een belangrijke, radicale rol te laten spelen in het hedendaagse kunstgebeuren. Feministen, zwarten, inheemsen kunnen volgens hem echter niet op tegen de ultieme buitenstaander: de rechtse
nationalist.
‘Wat is er met de avant-garde gebeurd?’
In de negentiende eeuw werd de rol van de kunstenaar fundamenteel veranderd door er de taak van het provocerend bevragen van de sociale conventies aan toe te voegen. Daarmee kwam de bohémien-kunstenaar tot leven. ‘De ware kunstenaar bevond zich aan de rand van de maatschappij’ Door te choqueren werden maatschappelijke waarheden en comfortzones blootgelegd. De existentiële beleving van het bestaan werd een onuitputtelijk onderwerp met een opeenvolging van stijlen als gevolg. Met het verloop van tijd werd, hoe kon het anders, deze authentieke houding geïnstitutionaliseerd om toch interessant te evolueren naar het hedendaagse conformisme binnen de zogenaamde avant-garde. Ze is mainstream en maniëristisch geworden en wordt tot in de academies toe onderwezen.
De breuklijn (die er geen is)
Andy Warhol ‘verschoof de essentie van de moderne kunst’ met het werk Brillo Boxes, meent Demortier. Het is een stapel replica’s van dozen waspoeder. Het cumulatieve van context, esthetiek, idee en het instituut waarbinnen het getoond werd, vormde de betekenis. ‘Kunst begreep zichzelf als kunst’ kan tot het heden doorgetrokken worden. Door zich rechtstreeks tot de samenleving te richten, zonder directe broodheer, verkreeg kunst autonomie waardoor maatschappijkritiek voor de hand lag. Aan elk onderdeel of teken binnen het proces kan de hedendaagse kunstenaar voortaan betekenis koppelen of net niet. Er ontstaat regelmatig verwarring waar een werk begint en de omgeving waarin het getoond wordt, eindigt. De theorieën errond zijn mistig om tot in de hoeken van de hybride werken te geraken.
De groten van weleer
Na het ‘vakmanschap en het visionaire’ van de grote kunstenaars werd de hedendaagse kunstenaar een ‘politieke technicus’, een activist op zoek naar (linkse) goedkeuring. Die vindt hij makkelijk als steunende en uitvoerende kracht voor de afbraak van normen en waarden. Afbreken om zogezegd op te bouwen. Het klinkt revolutionair en dat is het ook, Zuid-Amerika achterna. Alleen leven we hier in het geteisterde Europa waar Marcel Duchamp met zijn ‘Fountain’, het befaamde urinoir uit 1917 dat in New York voor het eerst werd getoond, de verhoudingen op zijn kop zette. Kunst ‘werd niet langer gedefinieerd door intrinsieke kwaliteiten maar door extrinsieke validatie’. Demortier stelt dat het urinoir enkel ‘door institutioneel besluit tot kunst werd verheven’. Toch een voorbeeld van het ontbloten van een waarheid door te choqueren. Ondertussen is het tot een afgezaagd systeem verworden (meestal plakt men er onterecht het etiket ‘ conceptueel ‘op). Vanaf hier komt de rechtse nationalist in beeld. Voluntaristisch bepleit Demortier het hedendaagse momentum waar rechtse waarden, continuïteit en objectieve waarheden een esthetische breuk kunnen veroorzaken.
De verstoorde politieke orde
De nationalist is voor het establishment een agitator en legt daarmee maatschappelijke breuklijnen bloot. Vermits alles een esthetisch equivalent heeft, kan nationalisme als uitdrukkingsvorm daarmee avant-garde allures aannemen. Conservatieve waarden vormen immers breuklijnen binnen de politieke orde en dan ontstaat er hernieuwde betekenis. Deze thesis is niet zo vergezocht, in het verleden vielen kunstenaars vaker terug op elementen uit andere tijden. Demortier meent dat ‘de nationalist’ dialectisch de versplintering en maatschappelijke deconstructie tot een ‘resolute herfundering’ kan omvormen. Niet door kunstwerken te produceren of tentoonstellingen te organiseren maar louter door zijn aanwezigheid wordt de nationalist een esthetisch bepalende factor. Een houding die ‘vroeger de conservatieve-christelijke bourgeoisie schokte, schok nu de progressieve, linkse bourgeoisie’. Niet toevallig staat er tweemaal ‘bourgeoisie‘. Pepijn Demortier wijst terecht op de tegenstellingen binnen de liberale deconstructie. Hij stelt er een Scrutoniaanse benadering tegenover, het streven naar ‘schoonheid, orde en harmonie’. Of daarmee de huidige burgerlijke dynamiek kan uitgedrukt worden, is toch de vraag
.
Dit artikel werd door Doorbraak.be aanvaard. Ondanks de verzekering dat het zou gepubliceerd worden ( tot driemaal toe) werd het tot vandaag niet geplaatst.
Peter Proost
Kunstschilder
15 november 2025