top of page

Jef Geys en ’the male genius’

 

Jef Geys, een complex man. Collega-kunstenaar Peter Proost legt hem onder de loep.

1_Geys-expo-2-900x600.jpg

Links: Peter Proost, rechts: Centrum voor Hedendaagse Kunst, Wiels, in Brussel.

Momenteel loopt de overzichtstentoonstelling ‘Je ziet niet wat je denkt te zien’ in Wiels, Brussel. Centraal daarin staat het archief van de Kempische kunstenaar Jef Geys (1934-2018). Het omvat zes decennia aan beeldmateriaal en teksten. De titel van de tentoonstelling gaat terug  op een uitspraak van Geys: ‘Is wat men ziet wel wat men denkt te zien' Anders dan bij Magritte met ‘La trahison des images’ (het gekende ‘ceci n’est pas une pipe’) waar het over bedrieglijke perceptie gaat ligt de nadruk bij Geys op de ontoereikendheid van perceptie.

Geys onthield van de aanpak van Magritte dat zulke tegenstellingen de werkelijkheid kunnen verduidelijken. Na een opleiding publiciteit en lettertekenen werd hij leraar plastische opvoeding in een middelbare meisjesschool in Balen waardoor pedagogie een belangrijke plaats begon in te nemen in zijn denken. Pedagogie werd voor hem een instrument om kunst te maken. Hij visualiseerde zijn ideeën met reclame technieken. Zowel de esthetiek en de functie van de voorwerpen als de sociologische omkadering was belangrijk. Panamarenko vond dat nogal belerend en zou hem ‘het Jommeke van de Kempen’ genoemd hebben.

Socialistisch-marxistische basis

Zijn belerende houding had een socialistisch-marxistische basis. Bohemien in zijn jonge jaren werd hij alsmaar meer dogmatisch links naarmate hij ouder werd. Desondanks leverde hij schitterende frisse en verbeeldingsrijke werken af tot hij stierf.

In zijn werken herken je invloeden en referenties naar heel wat kunstenaars. Of zijn het eerder associaties die bij hem opkwamen? Want veel vondsten en ingrepen waren afgeleiden van andermans werk.

Hij wordt nu tot de drie invloedrijkste kunstenaars van België gerekend, samen met Broodthaerts en Panamarenko. Hij was een voorbeeld van een tijd waarin afstandelijkheid een voorwaarde was om kunst te maken. Het verklaart het gebruik van readymades zoals illustraties, teksten, materialen en voorwerpen. Zijn werk drukt de toeschouwer met zijn neus op de socio-culturele contexten van dit alles.

Het archief waarvan sprake, zou een index bevatten die het ervaarbare, de feitelijke werken, vervangt. Een onvolledige index of werklijst die niet systematisch is. Waarmee hij niet alleen conceptueel werd maar ook kafkaiaans. Een archief is immers ook een vergeetput of een labyrint. Is dit alles nog interessant? Ja en nee. Nee omdat het teveel wordt, waardoor er geen focus mogelijk is. Ja omwille van de lessen die erin verwerkt zijn.

En lessen wou hij geven, als didacticus. Hij was als compromisloze kunstenaar en socialist ook een PVDA-aanhanger. In 2009 schreef hij in zijn Kempisch Informatieblad, een door hem overgenomen  huis aan huis krantje met een editie bij elke tentoonstelling, dat hij voor Tine Van Rompuy zou stemmen. Het was een verkiezingsjaar. In 2014 deed hij dat nog eens over door een incognito werk van hem, een sokkel in het stadspark in Antwerpen, te beplakken met een zwart-wit poster met ‘Peter Mertens’ erop. Die werkwijze had wel een voorgeschiedenis. Ook koos hij rond die tijd iemand van Geneeskunde voor het Volk als huisdokter.

Dat gaf me altijd al een onbehaaglijk gevoel. In de teksten over hem gaat niemand er dieper op in. Zijn engagement wordt amper vernoemd. Nochtans bleek al zeer vroeg, door zijn vriendschap met schrijver Walter van den Broeck en volksvertegenwoordiger Jef Sleeckx, waar zijn loyaliteit lag. Al snel werd zijn ‘vrijheid, blijheid’ filosofie van de jaren zestig doorspekt met linkse stellingnames. De mensen die hem vanaf het begin of later verdedigden zijn hem tot vandaag trouw gebleven. Ook zij waren of zijn vertrouwd met het marxisme en nu met de woke ideeën. Al dan niet oppervlakkig.

Raadsel

De voortdurende tegenstrijdigheden zijn essentieel in zijn werk, niets is af of volkomen te archiveren. Maar hoe hij zijn afschuw voor censuur, het manipuleren van woorden en educatie, in overeenstemming kon brengen met zijn linkse sympathieën blijft een raadsel.

Ergens in de tentoonstelling hangt een door hem ingekleurde foto waarin hijzelf te zien is met een werk van Andy Warhol (Mao) tegen de muur. De curatoren spreken er niet over. Nu goed , ik heb ooit een schets van Picasso gezien waarmee hij Stalin feliciteerde in 1949, voor zijn zeventigste verjaardag. Of een remake begin jaren 2000 van een tentoonstelling met prullaria van de Rote Armee Fraktion in het Van Abbe museum in Eindhoven. Om na het debacle met het vallen van de muur de spirit er terug in te krijgen.

Dat Jef Geys grote invloed had of heeft op de hedendaagse kunstenaars kan kloppen. Zijn werkwijze om hiërarchie te neutraliseren door systematisch hoog en laag op gelijke voet samen te brengen wordt internationaal veel toegepast in deze tijden van equity. Ooit was dat tegencultuur, nu beleid. Grote, didactisch samengestelde werken zonder een duidelijk kader als metafoor voor het leven zijn geen uitzonderingen. Een andere Belg, Francis Alÿs maakt ook dergelijke zeer succesvolle werken.

Jef Geys had veel respect voor het Nederlands. Hij gebruikte consequent en, zo lees ik, uitmuntend zijn taal. Er lag een officieel aandoende plakkaat met erop ‘PARLEMENT VAN VLAANDEREN‘. Waarschijnlijk voor een thematentoonstelling.

Er is recent heel wat verschenen om zijn werk bekendheid te geven. Allemaal zeer positief en dat is gerechtvaardigd, ondanks mijn kritiek. Voor geïnteresseerden is deze tentoonstelling met uitzonderlijk veel beeldend werk, een aanrader en een buitenkans. Nog tot 19 mei 2024.

Gepubliceerd op Doorbraak.be op 20.02.24.

Peter Proost. Schilder en kunstkenner

bottom of page